VPCO ZOG - Vereniging voor Protestants Christelijk Onderwijs Zuidoost Groningen

Onderwijskwaliteit

5

Op onderstaande pagina vindt u de informatie uit het jaarverslag. Wilt u meer lezen of de bijbehorende afbeeldingen of grafieken bekijken, dan kunt u de bijlage downloaden.

3.1    Onderwijskwaliteit
De VPCO Zuidoost Groningen ziet het als haar missie om kwalitatief hoogwaardig Christelijk onderwijs aan te bieden en te waarborgen. Dit houdt in dat we ernaar streven dat de scholen onderwijs bieden dat van een goede kwaliteit is en voldoet aan de eisen die de overheid en daarmee de samenleving aan goed onderwijs stelt. Het verbeteren van het onderwijs is een voortdurend proces in de kwaliteitszorg van de scholen. De resultaten en het onderwijsleerproces worden regelmatig geëvalueerd.

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs door de scholen en het bestuur te controleren. Het toezicht van de inspectie is risicogericht, hetgeen betekent dat op basis van een risicoanalyse wordt bepaald hoeveel toezicht een school krijgt. De jaarlijkse risicoanalyse van de inspectie wordt gebaseerd op de toetsresultaten van de leerlingen van de betreffende school.

In 2010 heeft de Inspectie van het Onderwijs de volgende scholen bezocht: CBS De Rots (Harpel), CBS De Verbindingsweg (Musselkanaal), CBS De Ark (Stadskanaal) en CBS De Hoeksteen (Ter Apel).

CBS De Rots is op basis van de bevindingen van de inspectie in mei 2009 beoordeeld als zwak. Na uitvoerige analyse is voor de school een plan van aanpak opgesteld om te komen tot kwaliteitsverbetering. Dit plan is gepresenteerd aan de ouders. Het team werkt intensief aan diverse verbeteringstrajecten. Er worden regelmatig voortgangsgesprekken gehouden met de inspectie over kwaliteitsverbetering. Tijdens een gesprek in april 2011 heeft de inspecteur zijn waardering uitgesproken over de bereikte successen. Zoals u elders in dit jaarverslag hebt kunnen lezen wordt CBS De Rots per 1 augustus 2011 gesloten, vanwege een te gering aantal leerlingen.

CBS De Verbindingsweg heeft in september 2008 een beoordeling zwak van de inspectie gekregen. De school heeft na de beoordeling van de inspectie een verbeterplan opgesteld. Dit plan is gepresenteerd aan de ouders. Het team werkt aan de uitvoering van het verbeterplan. In oktober 2011 voert de inspectie opnieuw een onderzoek naar de onderwijskwaliteit uit.

Voor de overige scholen die ressorteren onder de VPCO Zuidoost Groningen heeft de inspectie een basisarrangement vastgesteld. Dit betekent dat de onderwijskwaliteit van een goed niveau is.

Om de onderwijskwaliteit op een goed niveau te houden wordt door de VPCO Zuidoost Groningen voortdurend geïnvesteerd in de kennis en vaardigheden van de leerkrachten.

De scholen ressorterend onder de VPCO Zuidoost Groningen besteden veel aandacht aan opbrengstgericht werken om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Opbrengstgericht werken is geen doel op zich, maar een manier van werken om tot nog betere resultaten te komen. In elke klas zijn kinderen die meer of andere aandacht nodig hebben dan de meeste kinderen in de klas. Leerlingen in een groep hebben verschillende onderwijsbehoeften en daarop probeert de leerkracht in te spelen door te werken met een groepsplan. In een groepsplan geeft de leerkracht doelgericht aan hoe de komende periode met de verschillende onderwijsbehoeften van de leerlingen in de groep wordt omgegaan. Het werken met groepsplannen is een actueel thema, waaraan in 2010 de scholen en de leerkrachten veel aandacht hebben besteed.

Als onderdeel van de kwaliteitszorg van de scholen worden ten minste eens per twee jaren tevredenheidonderzoeken gehouden onder ouders, leerkrachten en leerlingen van de groepen 7 en 8.

3.2    Passend onderwijs
Passend onderwijs is erop gericht dat er voor alle leerlingen op maat onderwijs geboden kan worden en dat de positie van ouders rondom indicering en plaatsing van hun kind op een (speciale) school versterkt wordt. In Stadskanaal werken de besturen van openbare en bijzondere basisscholen, de Baldakijn en het voortgezet onderwijs samen om zoveel als mogelijk kinderen in eigen omgeving onderwijs op maat te bieden. Dat houdt ook in dat er onderzocht wordt of het mogelijk is om kinderen die nu in Groningen of Emmen naar school gaan, in verband met hun problematiek, voortaan in Stadskanaal een plek te bieden op De Meidoornschool, De Baldakijn of op een (basis)school.
Momenteel wordt er door besturen samengewerkt in regionale samenwerkingsverbanden WSNS (Weer Samen Naar School). Binnen deze samenwerking wordt gestreefd naar een efficiënte inzet van beschikbare mensen en middelen.

Het kabinet heeft in 2010 een bezuiniging aangekondigd op de invoering van Passend onderwijs van 300 miljoen euro. Bovendien moet er een herschikking van het aantal samenwerkingsverbanden plaatsvinden, waarbij het aantal samenwerkingsverbanden terug wordt gebracht van 234 tot 84. Zoals u zult begrijpen vereist dit overleg en afstemming. We willen de bestaande voorzieningen in Stadskanaal, Veendam en Winschoten graag openhouden, want we gaan ervan uit dat er altijd kinderen zullen zijn die speciaal onderwijs nodig hebben.  Het is de bedoeling van de overheid om het nieuwe stelsel Passend onderwijs op 1 augustus 2012 in werking te laten treden. 

3.3    Duurzaam Leren en Agenda Veenkoloniën.
Onder de naam Agenda Veenkoloniën werkt een groep (gemeentelijke) bestuurders en mensen uit het bedrijfsleven al geruime tijd samen om te komen tot verbeteringen van de kwaliteit van onze regio. Aandachtsgebieden hierbij zijn: landbouw, landschap, infrastructuur, toerisme, wonen en sociaal economische vernieuwingen. Vanuit de samenwerking aan het project Agenda Veenkoloniën is het project Duurzaam Leren in de Veenkoloniën ontstaan.

Het project Duurzaam Leren in de Veenkoloniën verbindt scholen, schoolbesturen en lokale overheden in een gezamenlijke ambitie om (taal)achterstanden in de regio Veenkoloniën aan te pakken. Het project is dus gericht op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. De 125 deelnemende scholen uit de regio hebben een convenant gesloten om te komen tot een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Adviesbureau E&S is verantwoordelijk voor het aansturen van dit project, dat drie jaren zal duren. Alle scholen van de VPCO Zuidoost Groningen nemen deel aan dit project.

Binnen de VPCO Zuidoost Groningen is de keuze gemaakt om meer opbrengstgericht te gaan werken. Hiermee stellen het bestuur, de algemene directie en de directies van de afzonderlijke scholen zich ten doel om vorm en inhoud te geven aan de missie van de VPCO Zuidoost Groningen, die luidt “het aanbieden en waarborgen van kwalitatief hoogwaardig Christelijk onderwijs.”

Het motief om meer opbrengstgericht te gaan werken is dus terug te voeren tot de missie van de VPCO Zuidoost Groningen en houdt direct verband met het willen nastreven van kwalitatief goed onderwijs. Door op alle niveaus (bestuur, school, klas en individuele leerlingen) meer gericht vanuit en op opbrengsten te werken stellen we ons binnen de VPCO Zuidoost Groningen ten doel om de kwaliteit van ons onderwijs beter te bewaken, te verhogen en onderbouwd te kunnen verantwoorden aan ouders, inspectie en bevoegd gezag. Tevens stelt de VPCO Zuidoost Groningen met de aandacht voor opbrengstgericht werken zich ten doel om alle scholen in een basis toezichtarrangement van de inspectie te krijgen en te houden. Het streven is er dus zeker op gericht om zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk weer op een aanvaardbaar kwaliteitsniveau te krijgen en om te voorkomen dat scholen als zwak of zeer zwak worden beoordeeld door de inspectie.

De VPCO Zuidoost Groningen heeft nadrukkelijk de keuze gemaakt om in de gehele organisatie het opbrengstgericht werken te willen versterken. Dit betekent dat er veel gefocust wordt op resultaten door systematisch opbrengsten te analyseren en aan de hand daarvan bijstellingen te doen in het geboden onderwijs.

Alle scholen van de VPCO Zuidoost Groningen hebben binnen het kader van opbrengstgericht werken een thema gekozen. Door te werken aan dit thema streeft elke school naar hogere opbrengstresultaten.

Thema’s waaraan de scholen werken zijn:
    technisch lezen;
    begrijpend lezen;
    rekenen/wiskunde;
    kansrijke taal.

Binnen genoemde thema’s werken scholen aan het verbeteren van verschillenden aspecten van het onderwijs, zoals het leerstofaanbod, het didactisch handelen van de leerkrachten, de instructie en het verbeteren van de zorgstructuur van de school.

De financiering van dit project vindt plaats door verschillende financieringsstromen samen te brengen. Hierbij kan worden gedacht aan bijdragen van provincies en de Agenda voor de Veenkoloniën. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen draagt bij aan het project middels subsidies voor het verbeteren van taal- en leesresultaten via het Projectbureau Kwaliteit.

3.4    Cito-scores
Hieronder ziet u een tabel (zie bijlage) met de CITO-eindtoetsgegevens over de laatste 7 jaar. Het landelijk gemiddelde van alle scholen ligt jaarlijks rond de 535. Het scoregebied loopt van minimaal 500 tot 550 maximaal. De scores zijn tot 2009 niet gecorrigeerd naar schoolgroep. Vanaf 2010 wordt de schoolscore gecorrigeerd voor het gemiddelde leerlinggewicht. Deze correctie betekent dat het resultaat van de school wordt vergeleken met scholen met een vergelijkbare leerlingenpopulatie.

De CITO-eindtoets is één van de indicatoren als het gaat om de kwaliteit van het onderwijs en is in principe bedoeld om het advies van de school richting het vervolgonderwijs te ondersteunen. De kwaliteit van een school is absoluut niet gelijk aan het eindtoetsresultaat!

3.5     De Bast: een uniek onderwijskundig concept
In Onstwedde wordt een school gebouwd die uniek is in Nederland. In deze school werken peuterspeelzaal De Peuterkorf, de gefuseerde basisscholen CBS De Regenboog en CBS Prof. M.J. Langeveldschool en CSG Ubbo Emmius, school voor voortgezet onderwijs, samen. Voor leerlingen van twee tot zeventien jaar wordt een doorgaande leerlijn aangeboden. De naam van het gebouw, De Bast, symboliseert de bescherming van deze leerlijn van peuter tot en met puber.

Het primair en voortgezet onderwijs zijn op elkaar afgestemd en de verschillende units, gebaseerd op de leerjaren, vinden elk hun eigen herkenbare plek in het gebouw:
    unit 1: peuterspeelzaal en groepen 1 en 2;
    unit 2: groepen 3 tot en met 6;
    unit 3: groepen 7 en 8 (primair onderwijs) en klassen 1 en 2 (voortgezet onderwijs);
    unit 4: klassen 3 en 4 (voortgezet onderwijs).

De koppeling tussen het primair en voortgezet onderwijs is een centraal aandachtspunt in de ontwikkeling van het onderwijsconcept. De culturen worden als het ware geïntegreerd op de verschillende units. Concreet betekent dit bijvoorbeeld en afstemming op het gebied van:
    de manier van lesgeven;
    de begeleiding van leerlingen;
    het pedagogisch didactisch klimaat;
    de leerlingenzorg;
    vakinhoudelijke invulling.
Vanaf groep 5 kunnen leerlingen gebruik maken van bijvoorbeeld vaklokalen, open leerruimtes en eventueel les krijgen van docenten uit het voortgezet onderwijs (bijvoorbeeld muziek of gymnastiek). Het zwaartepunt ligt in unit 3; in de groepen 7 en 8 en de klassen 1 en 2. Er zijn diverse werkgroepen opgericht die zich bezighouden met specifieke thema’s binnen deze unit. Binnen deze werkgroepen wordt onderzocht welke elementen uit het basisonderwijs bruikbaar zijn voor het voortgezet onderwijs en andersom.

Leerlingen van andere (regio)scholen kunnen op elk gewenst moment instromen in het voortgezet onderwijs. Een goede start van de leerlingen van de regioscholen in klas 1 van het voortgezet onderwijs is dan ook zonder probleem mogelijk.